Christus stichtte een hiërarchische Godsdienstige Maatschappij

De evangelieteksten maken ons duidelijk dat Jezus Christus door Zijn optreden bij de mensen bedoeld heeft een godsdienstige gemeenschap te stichten. Jezus heeft namelijk getracht de mensen rondom Zijn Persoon te verenigen en hen te leren hoe ze God moesten dienen. Hij heeft getracht Zijn eigen zedelijk-godsdienstige gedachten bij het volk in te prenten. Daartoe vormde Hij eerst een kern van leerlingen, propagandisten bij het joodse volk, die Hem zouden helpen in het verspreiden van Zijn gedachten en aan wie Hij de geestelijke wereldverovering opdroeg : "Gaat en onderwijst alle volkeren, en leert hen onderhouden wat Ik u geboden heb" (Matt. 28, 19-20).

Wij gaan u nu aantonen dat Jezus Christus in Zijn godsdienstige gemeenschap een echt gezag heeft ingesteld. Wij zullen u dat voorstellen uit de doening van Jezus, zoals ons die wordt beschreven in de verhalen van het Evangelie.

Het gezag en de machten in elke menselijke gemeenschap

Elke menselijke gemeenschap, elke sociëteit, elke maatschappij of vereniging, als ge het zo beter verstaat, als zij tenminste die naam waard is, heeft een gezag dat moet instaan voor de orde en de tucht en dat de werking van de vereniging regelen moet al naar de verschillende bedoelingen van de maatschappij zelf. Het gezag zal die leidende rol moeten vervullen, maar, opdat het daartoe voldoende in staat zou zijn, moet het beschikken over nauwkeurig omschreven machten.

Zo b.v. in de vereniging, die wij de familie noemen of het huisgezin, hebben vader en moeder de macht om aan hun kinderen te bevelen en gehoorzaamheid af te dwingen. Hetzelfde geldt voor de burgerlijke maatschappij, de staat, waar sommige personen of groepen van personen de wetten mogen stellen waarnaar de burgers zich hebben te gedragen om het tijdelijk algemeen welzijn te bevorderen. In elke ware menselijke gemeenschap vinden wij een waarachtig gezag.

De omvang van de machten waarop het gezag rechtmatig mag aanspraak maken, wordt natuurlijk bepaald door het doel dat door de betrokken gemeenschap wordt nagestreefd. De machten verschillen van vereniging tot vereniging. Zo is het voornaamste doel van de familie het voortbrengen en het opvoeden van de kinderen. De machten van de ouders zullen dan ook niet verder gaan dan alles wat met deze taak in verband staat. Zij hebben b.v. het recht en de macht zich in het opvoeden van hun kinderen te doen helpen door personen, door onderwijskrachten naar hun keus en naar hun gedacht. Maar zij hebben als ouders b.v. niet de macht de oorlog te verklaren of te staken, te beslissen over het aanleggen of niet van wegen en kanalen. Dat heeft met het huisgezin niets te maken : daar zal het gezag van de staat of van andere verenigingen voor hoeven te zorgen. - Een sportclub b.v. bedoelt samen met een deftige ontspanning een nuttige harding van het lichaam. Hoe dat juist moet bereikt worden, zal door het bestuur van de club moeten uitgemaakt worden, maar dat bestuur heeft zich verder niet in te laten met b.v. de familieaangelegenheden van de clubleden. In elke echte maatschappij vinden wij een gezag dat uitgerust is met bepaalde machten die aangepast zijn aan het doel dat door de vereniging in kwestie wordt nagestreefd.

Als Christus nu een godsdienstige vereniging van alle mensen heeft bedoeld, dan mogen wij nu wel verwachten dat Hij Zijn maatschappij heeft voorzien van het nodige gezag, met de machten aangepast aan het geestelijk-godsdienstig doel van Zijn stichting. Dat Jezus Christus waarlijk een gezag met bepaalde machten heeft ingesteld is duidelijk voor iedereen die ooit de evangelieverhalen rustig heeft gelezen.

Het is in het Evangelie gemakkelijk te zien dat Jezus tussen het volk, dat naar Hem luisterde, een kern gekozen en gevormd heeft van leerlingen of propagandisten. Maar verder is het nog veel duidelijker dat Jezus uit Zijn leerlingen twaalf mannen heeft genomen, die Hij met een werkelijk gezag bekleed heeft dat zij later zelfstandig zouden uitoefenen.

De uitverkiezing van de Apostelen en hun verschillende machten

De uitverkiezing van de twaalf Apostelen is door de Evangelisten met veel bijzonderheden verteld. Dat zij ook als groep door Jezus zo samen werden genomen, heeft ons Sint-Lukas beschreven waar hij zegt : " ... en toen het dag werd, riep Hij Zijn leerlingen en koos er twaalf uit, die Hij ook Apostelen noemde : Simon die Hij ook Petrus noemde, en Andreas" enz., dan volgen de namen van de verschillende Apostelen (Luk. 6, 13-14). Deze twaalf mannen vormen in het Evangelie een gesloten groep, die meer dan eens samen vermeld worden. Zij veranderen niet en er komt tijdens het leven van Jezus niemand bij. Gezagdragers immers moeten duidelijk aangeduid zijn en door iedereen te herkennen, anders is er geen gezag mogelijk in een vereniging.

Deze twaalf mannen, dat blijkt uit heel het evangelieverhaal, zijn door Jezus op een heel bijzondere manier onderwezen en voorbereid voor hun latere taak. Hoe meer het volk onder invloed van de Farizeeën wantrouwig wordt tegenover Jezus, hoe meer Hij zich alleen met het groepke van Zijn Apostelen bezig houdt. Jezus heeft deze mannen voorbereid op hun apostolaat : Hij heeft ze zelfs een keer uitgezonden voor een bepaalde zending in Palestina, als wilde Hij hen ook al wat ondervinding laten opdoen van het predikatieleven. Hij gaf hun daartoe ook bijzondere machten, over onreine geesten om ze uit te drijven en om zieken en allerhande krankheden te genezen (cf. Matt. 10, 1 - Mark. 6, 7).

Aan deze twaalf mannen heeft Jezus uitdrukkelijk macht gegeven om de godsdienstige gemeenschap door Hem gesticht te besturen. Wij zullen daar een paar teksten voor aanhalen en dan die verschillende machten afzonderlijk voorstellen : "Voorwaar, Ik zeg u : al wat gij binden zult op aarde, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemel" (Matt. 18, 18). Daarin ligt toch wel de meest algemene leidersmacht over het zedelijk en godsdienstig leven. Een andere tekst : Jezus nadert tot de elf overgebleven leerlingen na de zelfmoord van Judas en zegt hen : "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Gaat dan, onderwijst alle volken , doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, - leert hen alles onderhouden wat Ik u geboden heb. En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de wereld" (Matt. 28, 18-20).

Er zijn nog andere teksten in het Evangelie te vinden, maar deze tenminste is van het allergrootste belang : de Apostelen moeten onderwijzen, zij moeten dopen, zij moeten het volk de geboden leren onderhouden. Elk woord heeft hier zijn betekenis, want in die drie woorden ligt de driedubbele macht, die aan het godsdienstig gezag in de ware godsdienst toekomt, bevat : de leermacht, de priesterlijke macht en de leidersmacht. Daarbij wordt dat gezag bestendig verklaard tot aan de voleinding van de wereld. De Apostelen zullen dus hun gezag aan opvolgers moeten overdragen.

Een woord nog over de driedubbele macht door Jezus aan de gezagdragers in Zijn godsdienst overgemaakt. Wanneer wij de teksten van het Evangelie onderzoeken, onderscheiden wij in het gezag van de Apostelen.

AMDG