De gezongen Heilige Mis

Embedded Scribd iPaper - Requires Javascript and Flash Player
-1-
De H. Hoogmis op zondag te Antwerpen
Laatste aanpassing van deze handleiding gebeurde op 1-9-07
Algemeenheden: De misdienaars zijn een kwartier voor aanvang aanwezig De misdienaars zijn voorbereid op hun rol De misdienaars en in het bijzonder de ceremoniaris kennen hun gebeden, nodig om de priester te antwoorden De misdienaars controleren of alles in orde is voor hun functie. Zo zorgt de wierookdrager (T) o.a. voor het wijwater en het wierookvat, de acolieten (A1 en A2) voor hun kaarsen en de ampullen enz, enz… De ceremoniaris (C) heeft de controle over heel de dienst en controleert alles. Tijdens de H.Mis duidt hij de gebeden aan en draait hij de bladzijden om van het missaal. In deze handleiding bedoelen we met ‘een kniebuiging maken’ de beweging op 1 knie. Onder ‘knielen’ wordt verstaan het neerzitten op beide knieën. Wanneer P een kniebuiging maakt dan doet C dit ook. Telkens we naar het altaar gaan of ervan weg gaan maken we een kniebuiging in het midden. Ook wanneer we voorbij het tabernakel gaan doen we dit. In de H.Mis moet elke beweging rustig , soepel en zoveel mogelijk synchroon gebeuren. Tracht zoveel mogelijk gelijktijdig te knielen met de anderen. Rustig bewegen betekent ‘niet gehaast’ maar betekent niet dat een beweging traag moet gebeuren. Op sommige momenten moet de misdienaar tamelijk snel ageren, toch moet dit zo gebeuren dat het rustig overkomt. Voor de heilige mis in de sacristie: De misdienaars kleden zich onmiddellijk aan, controleren of alles in orde is voor hun functie en blijven rustig wachten in de sacristie. De ceremoniaris helpt de priester bij het aandoen van de gewaden. Hij legt eventueel de albe open, geeft de koord aan en ook de koorkap.
1) Aanvang van de H.Mis: De ceremoniaris geeft teken aan de koster om éénmaal de muurbel te luiden. De priester (P) en de misdienaars buigen naar het kruis en zetten zich in processie. Ze komen de kapel binnen langs de achterzijde.
-2-
Aangekomen aan het altaar wacht T op C en P. De acolieten (A1 en A2) maken samen een kniebuiging in het midden en gaan naar de credenstafel waarop ze hun kaarsen zetten.A1 staat het dichtst bij het altaar.De toortsendragers (Td) maken aan de dubbele trede reeds een kniebuiging,maken een lichte hoofdbuiging naar elkaar en gaan naar hun plaats in de zijbeuken. T Aangekomen aan de altaarvoet maken P,C en T A2 A1 samen een kniebuiging. Td2 Td1 C Op teken van C gaan alle misdienaars dan P gelijktijdig knielen. T geeft de wijwaterkwispel aan P terwijl C het kartonnetje met de psalm (psalmbordje met ‘asperges me’ of ‘vidi aquam’) voor P houdt. Wanneer de misdienaars besprenkeld zijn, staan allen recht. P, C en T maken een kniebuiging en keren zich om om het volk te besprenkelen. C staat nu rechts van P en houdt de koorkap open zodat P niet gehinderd wordt bij het besprenkelen. T gaat voorop.
A1 A2
C P T
Achterin de kapel draait men zich zo om zodat T voorop blijft en C aan de rechterzijde van P. Ze maken een kniebuiging.P neemt nog wat wijwater en ze komen terug naar voor. Bij ‘glória Patri, et Filio, et Spiritui Sancto’ buigt men naar het altaarkruis. Terug aan het altaar gekomen maken P, C en T een kniebuiging en blijven staan. C geeft het psalmbordje aan P of houdt het voor P.
A1 A2
T P C
Na de psalm maken P,C en T een kniebuiging . P en C gaan naar de priesterstoel om de koorkap uit te doen en de manipel en kazuifel aan te trekken. T gaat naar de sacristie om het wijwater weg te doen en het wierookvat met scheepje te gaan halen.
2) P en C keren terug naar de voet van het altaar voor de gebeden (júdica me).Wanneer P en C een kniebuiging gemaakt hebben, knielen A1, A2 en C samen op het teken van C. T zorgde reeds voor de aanvang van de H.Mis dat er brandende kooltjes in het wierookvat waren en komt naar het altaar zodra P met de gebeden aan de altaarvoet begonnen is.T gaat op zijn plaats staan.Dit is rechts naast A1. Bij het confiteor buigen C en de acolieten diep tot na het ‘miseréatur’. Alle misdienaars (die hun handen vrij hebben) maken bij het ‘Indulgéntiam’ een kruisteken. Wanneer de P naar het altaar gaat (aufer a nobis) staan C en A1,A2 recht. (Telkens wanneer P trappen bestijgt, kan C de albe vooraan-onder licht optillen)
-3-
3) C buigt met een lichte buiging naar T voor de wierookoplegging en gaat naar de epistelzijde.
T P’
A1
T’ C’
A2
P
T’ C’
T C
A1
A2
P
C
C zegt ‘Benedicite, Pater reverénde’ en opent het wierookscheepje dat hij van T kreeg.T opent ondertussen het wierookvat. Zodra P het wierook gezegend heeft sluit T het vat en geeft dit aan C. C geeft het scheepje aan T en vervolgens het wierookvat aan P. T zet het scheepje op de credenstafel, gaat rond de trappen, maakt een kniebuiging in het midden en gaat aan de linkerzijde van P staan tijdens de bewieroking van het altaar. A1 neemt het missaal weg (nadat T het scheepje op de credenstafel zette) en zet het missaal terug wanneer P de evangeliezijde van het altaar bewierookt. C volgt P aan diens rechterzijde bij de bewieroking van het altaar en ze maken de gebruikelijke kniebuigingen telkens ze voorbij het tabernakel komen. Wanneer P de evangeliezijde bewierookt heeft, maken P,C en T een kniebuiging waarna T rechtstreeks naar de epistelzijde gaat. Teruggekomen aan de epistelzijde geeft P het wierookvat aan C.C staat aan de rechterzijde van T.C bewierookt de P (3x2). Voor en na deze bewieroking maken C en T een diepe buiging naar P. T keert dan terug naar zijn plaats naast A1. C staat rechts van P aan het missaal en duidt het ‘introitus’ aan. P en C dialogeren het ‘kýrie’ waarna P naar T A1 het midden van het altaar gaat. C gaat dan P’ P C naar zijn plaats. A2
C
4) Wanneer P het gloria gebeden heeft gaat hij naar zijn stoel.Hij daalt de treden af in het midden, maakt samen met C een kniebuiging en gaat zitten. C hangt de achterzijde van de kazuifel over de priesterstoel.De ceremoniaris gaat bij P staan met zijn aangezicht naar het volk (uiteraard kijkt C niet naar het volk).Net voor de volgende woorden (Jesu Christi, súscipe deprecatiónem nostram en nogmaals bij Jesu Christi) buigt C telkens met het hoofd naar P en vervolgens diep naar het altaarkruis tijdens deze woorden. P en C maken het kruisteken op het einde van het gloria.C maakt een hoofdbuiging naar P. P staat recht en ze keren terug naar het altaar.P en C maken een kniebuiging en P gaat naar het altaar. C neemt terug zijn plaats in. 5) Wanneer er geen ‘gloria’ is vervalt punt 4. Wanneer P terug naar de missaal gaat,komt C T gelijktijdig naar het missaal via de zijkant. A1 P’ P’’ C’’ C duidt het gebed aan en blijft bij P aan het A2 missaal staan. Eventueel draait C de bladzijde om.
P C C’
De acolieten blijven steeds rechtstaan, ook tijdens het epistel (al wordt hier wel van afgeweken). Ze mogen enkel gaan zitten wanneer de priester zit.Wanneer P de tussenzang/alleluja gebeden heeft, gaan P en C naar de priesterstoel.De P gaat niet eerst naar het midden van het altaar, maar buigt van aan de missaal naar het kruis en gaat rechtstreeks naar zijn stoel tezamen met C.Wanneer het koor de woorden ‘alleluja,alleluja’ gezongen heeft buigt C naar P. P staat op
-4en ze gaan naar het altaar op de gebruikelijke manier (zie punt4).C buigt met het hoofd naar T voor de wierookoplegging. Nadat P het wierook zegende sluit T -zoals vroeger beschreven - het wierookvat. T houdt ditmaal het wierookvat bij zich. T zet het scheepje op de credenstafel en gaat voor A1 en A2 naar het midden onderaan de trappen C A1 terwijl C het missaal neemt en ook naar het midden A2 T komt via een andere weg. De acolieten namen hun kaarsen op het moment dat T het wierookvat sloot. T’ C’
A2’ A1’
Wanneer het koor terug ‘alleluja’ zingt (of bijna op het einde van de ‘Tractus’ wanneer er geen ‘alleluja’ is), maken de 4 misdienaars een kniebuiging in het midden en gaan naar de evangeliezijde. C plaatst het missaal op het altaar schuin naar de P gericht en gaat rechts van T staan.
A1’ A2’
C’
T’C’’
T C A2 A1
6)De priester gaat naar het missaal en heft het evangelie aan. Wanneer hij de kruisjes (op het voorhoofd, mond en borst) maakt, gaat C rechtstreeks met het wierookvat (dat T hem net geeft) naar de rechterzijde van P.P bewierookt het missaal. Voor en na deze bewieroking maken P en C een diepe buiging naar het Missaal ( het Woord van God). C keert rechtstreeks terug naar zijn plaats naast T en geeft het wierookvat aan hem terug. Wanneer het evangelie beëindigd is gaan de acolieten en T terug naar het midden.(Ze laten wel plaats voor P en C die dadelijk voor hen een kniebuiging zullen maken.) C gaat rechtstreeks naar het missaal, plaatst dit meer naar het midden (tot tegen de corporale). C krijgt de manipel van P en legt die over het missaal. P en C gaan via het midden de trappen af en maken samen met T en de acolieten een kniebuiging. De acolieten gaan terug met hun kaarsen naar de credenstafel, T gaat met het wierookvat naar de sacristie en C gaat mee naar de preekstoel met P.Vooraleer P de preekstoel opgaat, doet hij de kazuifel uit aan de kapstok naast de ijzeren poort. C neemt de kazuifel aan en hangt die over de kapstok.(Het is ook mogelijk dat de celebrant aan de priesterstoel de manipel en kazuifel uitdoet.) 7) In de sacristie wordt er gezorgd voor licht en geluid op de preekstoel. C moet zien dat dit ook gebeurt. De acolieten zitten tijdens de preek op hun plaats naast de credenstafel. C kan zich zetten op een stoel in de buurt van de kazuifel. De acolieten gaan zitten wanneer P de preekstoel opgaat en staan terug recht wanneer P de preekstoel verlaat. Op het einde van de preek, bij het kruisteken, staat C op en houdt de kazuifel klaar zodat P die onmiddellijk kan aandoen.C geeft de kazuifel aan langs de linkerzijde van P.C kijkt ook dat de albe en de kazuifel mooi recht hangen. P en C keren terug naar het altaar.C maakt samen met P aan diens linkerzijde een kniebuiging en gaat mee naar boven om de manipel terug te geven aan P. Vervolgens gaat C terug naar zijn plaats.
P A1 A2
C
8) Wanneer P het credo gebeden heeft, daalt hij door het midden de trappen af. Op teken van C (bij de woorden ‘descéndit de cælis’) knielen allen tijdens de woorden ‘Et incarnatus est de
-5Spiritu Sancto ex Maria Virgine et homo factus est’.Allen staan recht op teken van C. P en C maken een kniebuiging en gaan naar de priesterstoel (zoals beschreven bij het gloria in punt 4). Wanneer P neerzit gaat C naar de credenstafel. Deze schuine tekstbeschrijving gebeurt enkel als de kelk nog op de credenstafel staat. Hij doet witte handschoenen aan, neemt de kelk (en ciborie indien aanwezig),maakt in het midden aan de altaarvoet een kniebuiging en gaat opwaarts naar het altaar. Hij haalt de corporale uit de beurs en zet de beurs tegen de altaarwand aan de evangeliezijde (net naast het midden).Hij ontvouwt de corporale en plaats de kelk hierop. Dan knielt hij in het midden onderaan aan de altaarvoet en gaat terug op zijn plaats staan bij P. Net voor het woord ‘adorâtur’ buigt C met het hoofd naar P en vervolgens diep naar het altaarkruis. (Dit kan enkel wanneer C tijdig bij P staat. Wanneer hij nog aan het altaar staat buigt hij niet naar P.) P en C maken het kruisteken op het einde van het credo.C maakt een hoofdbuiging naar P. P staat recht en ze keren terug naar het altaar.P en C maken een kniebuiging en P gaat naar het altaar. C neemt terug zijn plaats in. 9) Wanneer er geen credo is vervalt punt 8) 10) Na de offerzang (offertorium) geeft P het kelkvelum aan C. C plooit dit in drie gelijke delen en ligt dit (met het kruisje zichtbaar bovenaan) op het altaar aan de epistelzijde. C keert terug naar zijn plaats zoals hij gekomen was.
P
C’
A1 A2
C
Op het moment dat P dit velum aan C gaf, namen A1 de wijnampul en A2 de waterampul.Zodra P naar de epistelzijde komt , gaan de acolieten de trappen op naar P.Ze maken een hoofdbuiging naar P.A1 geeft de wijnampul aan P en krijgt die even later terug. P zegent het water en krijgt van A2 de waterampul. Wanneer A2 dit teruggekregen heeft maken A1 en A2 een lichte hoofdbuiging naar P en keren ze terug naar de credenstafel.De acolieten zetten de ampullen neer en wachten.(Het is ook mogelijk dat de celebrant water met een lepeltje neemt. In dit geval houdt A2 de waterampul gewoon vast i.p.v. ze aan P te geven.) Bij de opheffing van de kelk ter aanbieding van de offergaven buigt C naar P als teken voor de wierookoplegging.zie punt 3). Wanneer T het scheepje terugkrijgt van C zet T dit A1 op de credenstafel en gaat met A2 naar het midden. A2’’ T’’ P C A2 Ze maken samen een kniebuiging.T gaat links T naast P staan en A2 gaat aan de evangeliezijde T’A2’ onderaan de trappen staan. T volgt aan de linkerzijde van P tijdens de bewieroking van het altaar en maakt een kniebuiging telkens ze voorbij het tabernakel komen.P knielt of buigt afhankelijk van de aanwezigheid van het H.Sacrament.C en T knielen altijd. A2 neemt het missaal terwijl P de epistelzijde bewierookt en T P C A1 gaat met het missaal onderaan de trappen aan de evangeliezijde A2 A2’’ staan. Wanneer P de evangeliezijde bewierookt heeft zet A2 het missaal terug en gaat rond de trappen (met een kniebuiging in A2’ het midden uiteraard) terug naar de credenstafel. Hij moet immers de waterampul en het glazen schaaltje nemen voor de handwassing. A2 mag hier niet talmen. Hij moet ingetogen maar niet te traag zijn.
-6T komt rechtstreeks links van C staan voor de bewieroking van de priester.Zoals beschreven maken C en T voor en na een diepe hoofdbuiging.
TPC
C’ T’
A1 A2
T’’ C’’
C’
P
A1 A2
T C T’
Na de bewieroking gaan de acolieten onmiddellijk naar de P voor de handwassing. A1 neemt het doekje, A2 de waterampul met glazen schaaltje. Ondertussen gaan C en T in het midden een kniebuiging maken waarna C bij het missaal gaat staan.T gaat de aanwezige geestelijken (1x2) bewieroken.
Daarna bewierookt hij C (1x1), (T staat hiervoor in het midden aan de altaarvoet) die zich naar de wierookdrager keert. Hierna bewierookt T acoliet 1 (1x1) en vervolgens A2 (1x1). De acolieten blijven dus na de handwassing aan de credenstafel staan totdat ze bewierookt werden. Tot slot bewierookt de wierookdrager het volk (3x1). Hij doet dit in het midden onderaan de dubbele trede.
Voor en na de bewieroking van een misdienaar doet men een lichte hoofdbuiging. De bewieroking is slechts één enkele 'slag' met het wierookvat.
Hierna keert T terug naar zijn plaats aan de credenstafel (behalve wanneer er toortsendragers zijn).Wanneer er toortsendragers zijn komen ze nu links en rechts naast T staan. Ze maken een kniebuiging, draaien zich om en de Td’s gaan achter T door de kapel naar de sakristie. Na de handwassing keert P terug naar het midden.C beantwoordt het ‘oráte, fratres’, duidt dan het offergebed (secreta) aan en vervolgens legt C het missaal open op de prefatie.C buigt met het hoofd tijdens de zin ‘Grátias agámus Dómino Deo nostro’. Na de handwassing (en bewieroking door T) gaan de acolieten op hun plaats knielen op de CP onderste trede links en rechts aan de A1 A2 altaarvoet na een kniebuiging gemaakt te hebben in het midden. A1 heeft de bel A2’’ A1’’ meegenomen van de credenstafel naar zijn A2’ A1’ plaats.
Tijdens de prefatie komen T gevolgd door de Td’s – nu met kaars (lantaarn)- door de kapel naar voren. Ze maken een kniebuiging samen aan de dubbele trede.en knielen links en rechts van het midden (achter de acolieten) op de onderste trede (van de dubbele trap) net bij ‘Sanctus’. ‘Sanctus, sanctus, sanctus’ ; A1 belt driemaal. Na de prefatie legt C het missaal open op ‘ Te igitur’. 11) Bij de gedachtenis van de levenden (meménto) doet C een stap achterwaarts. Wanneer P verdergaat met dit gebed na een ingetogen stilte doet C terug een stap voorwaarts. Bij de gedachtenis van de Heiligen ( Communicántes) buigt P naar het missaal en naar het altaarkruis.Dit is het teken voor T om met het wierookvat en scheepje naar A1 te gaan.A1 doet een beetje wierook in het wierookvat en belt tijdig (1x) wanneer P de handen boven de kelk houdt bij het ‘Hanc Igitur’.T sluit het wierookvat en knielt rechts van A1. Bij ‘Quam oblatiónem’ gaat C op de bovenste CP trede knielen tot na de consecratie.
C’ T A2 A1
-7-
12) Consecratie. Voor en na de opheffingen van het H.Lichaam en H. Bloed maakt P een kniebuiging.Bij elke kniebuiging belt A1 één maal. Bij de opheffing belt A1 drie keer terwijl T het H.Lichaam en H. Bloed bewierookt.C heft de onderzijde van de kazuifel op bij de kniebuigingen en opheffingen. Na de consecratie staat C onmiddellijk recht en gaat terug aan het missaal staan.T staat recht met C en gaat het wierookvat in de sacristie hangen nadat hij een kniebuiging maakte in het midden. T komt onmiddellijk terug naar het altaar en knielt op zijn plaats aan de credenstafel.
CP
T
A2
A1
13) gedachtenis van de overledenen (meménto) idem punt 11) Op het einde van de canon (Per ipsum et cum ipso) heft P het H.Lichaam en H. Bloed een weinig op.Op dit moment belt A1 één keer. 14) Pater noster. Bij de woorden ‘audémus dicere’ staat T recht.De koster zal bij het ‘Agnus Dei’ de communiebank sluiten.Indien hij niet aanwezig is zal T dit nu doen. Na het ‘Agnus dei’ zijn er nog 3 gebeden voor de communie. Na deze gebeden knielt C met P en verlaat C het missaal langs de evangeliezijde en knielt op de onderste trede. T neemt het communieschaaltje en knielt gelijktijdig op de onderste trede aan de epistelzijde.
C’
CP
T T’
A2
A1
P klopt driemaal op zijn borst bij het ‘Dómine, non sum dignus’. A1 belt telkens P op de borst klopt.De eerste keer éénmaal, dan tweemaal en vervolgens driemaal. 15) Wanneer P het H.Lichaam genuttigd heeft doet hij de palla van de kelk en maakt hij een kniebuiging.Alle P C T misdienaars staan gelijktijdig met P recht en knielen op een lijn op de onderste trede. Zodra P het H.Bloed nuttigt, heft C het ‘Confiteor’ aan.Alle misdienaars A2 A1 C’A2’ A1’T’ buigen diep tijdens dit gebed (behalve Td’s die rechtop blijven).Na het ‘Misereátur...vitam ætérnam’ houdt de Td2 Td1 buiging op. De misdienaars maken bij het ‘Indulgéntiam’ een kruisteken en staan nadat ze ‘amen’ gezegd hebben allen gelijktijdig recht. Ze gaan onmiddellijk op de hoogste trede knielen.In het midden houden ze de traploper vrij zodat P een vrije doorgang heeft om naar de communiebank te gaan.
P
Td2 Td2’
Td1’
Td1
C’ A2’
A1’ T’
C A2 A1 T
-8C gaat mee met P naar de communiebank nadat Td2 de H. communie ontving.De Td’s gaan mee naar de communiebank en staan daar met het aangezicht naar elkaar gekeerd. C heeft het communieschaaltje vast om onder de kin van de gelovigen te houden zodat eventuele deeltjes van de H. Hostie op het schaaltje vallen.
Td2
Td2
P C A2 A1 T
Td1
Td1
T’’ A1’’ A2 A1 T A2’’
A2’ A1’ T’
Zodra P en C de altaartrappen verlaten hebben staan de andere misdienaars gelijktijdig recht, maken vervolgens een kniebuiging onderaan in het midden en gaan op hun plaats aan de credenstafel knielen. De misdienaars doen hun dankzegging en houden hun ogen op het altaar gericht en kijken nooit naar de gelovigen.
Na de communie van de gelovigen geeft C het schaaltje aan P aan de communiebank. P en C keren terug naar het altaar. P gaat rechtstreeks naar het altaar zonder kniebuiging. C tilde zoals gebruikelijk de albe op op de trappen en knielt in plano (op de grond) aan de epistelkant.
Td2
P
T
Td1
A1 A2
C
Wanneer P het tabernakel gesloten en het canonbord terugplaatst heeft, staan alle misdienaars recht op teken van C.A1 neemt de wijnampul en A2 de waterampul. Indien de koster niet aanwezig is opent T nu de communiebank.Indien er toortsendragers zijn brengt T die eerst naar de sacristie.T en Td’s knielen in het midden aan de voet van het altaar en gaan hun toortsen wegbrengen naar de sakristie langs de korte weg (T gaat voorop).De Td’s komen terug langs de korte weg, maken een kniebuiging, buigen naar elkaar en gaan naar hun plaats in de zijbeuken. T opent de communiebank en keert terug naar zijn plaats aan de credenstafel.Wanneer de kinderzegen gegeven wordt, opent T de communiebank niet maar doet hij enkel het kleed van de communiebank (laten hangen).T brengt vanuit de sakristie het wijwatervat met kwispel mee en keert dan terug naar de credenstafel.P houdt de kelk een weinig schuin (nadat hij de pateen en het communieschaaltje gereinigd heeft).Dit is het teken voor A1 om naar P te gaan en een beetje wijn in de kelk te gieten. Hierna gaat A1 aan de epistelzijde op de tweede hoogste trede wachten, A2 gaat links naast A1 staan. P komt naar de epistelzijde en houdt zijn duimen en wijsvingers boven de kelk. A1 giet de wijn over de vingers in de kelk, nadien doet A2 dit met het water.Voor en na deze beweging buigen de acolieten samen met het hoofd naar P. De acolieten zetten hun ampullen op de credenstafel en gaan het kelkvelum en het missaal van altaarzijde verwisselen. C legt ‘het gebed voor de koning’ klaar op de onderste trede. A1 en A2 gaan van de credenstafel naar de voet van het altaar en maken een kniebuiging in het midden.A1 gaat het missaal nemen en gaat hiervoor de trappen op voor A2 die het kelkvelum neemt.Ze dalen via het midden de trappen af . A1 maakt samen met A2 een kniebuiging in het midden en zet het missaal terug aan de epistelzijde op het altaar.De missaalhouder staat aan de epistelzijde recht op het altaar.(Aan de evangeliezijde stond het schuin naar P gekeerd.) Hij wacht rechts naast P op A2.A2 liet A1 voor en legt het kelkvelum
-9op het altaar aan de evangeliezijde.A2 blijft links van P staan en helpt P bij het dekken van de kelk. A2 houdt de beurs open zodat P gemakkelijk het corporale er kan insteken. A2 reikt het kelkvelum en de beurs aan en gaat terug T naar zijn plaats tezamen met A1. Ze dalen in het P P’ C’ A1’ midden de trappen af, maken een kniebuiging en gaan A2’ naar de credenstafel. Zodra het missaal aan de epistelzijde staat gaat C recht A2 A1 C naar het missaal toe en legt het missaal open op de communiezang (Communio). C blijft aan het missaal tot na het slotgebed (Postcommunio). C sluit het missaal zodat de achterzijde van het missaal bovenaan komt liggen en gaat naar zijn plaats.Eventueel houdt C voor P het zangbordje voor de ‘Ite missa est’.Na het ‘Ite missa est’ gaat C naar de evangeliezijde en geeft teken aan alle misdienaars om te knielen. Na de zegen staan allen gelijktijdig recht op teken van C. C gaat links van P staan en houdt het evangeliebord vast dat op het altaar staat. De acolieten maken de gebruikelijke 3 kruisjes bij het begin van het laatste evangelie en nemen hun kaarsen, behalve wanneer de kinderzegen gegeven wordt.(zie verder) T gaat voorop en gaat met de acolieten in het midden staan. Ze zorgen er wel voor dat er voor hen nog plaats is voor P,C en Td’s. C P A1
A2 T
Td2 Td1
A2’ A1’ T’
Tijdens het laatste evangelie maken P en alle misdienaars een kniebuiging bij de woorden ‘Et Verbum caro factum est’. C blijft rechtstaan wanneer hij het evangeliebord vasthoudt. Na het laatste evangelie komen P en C naar de altaarvoet.C geeft P het gebed voor de koning of houdt dit gebed voor P vast. C P
P’ C’ A2 A1 Td2 Td1
A2
T
T
A1
Na dit gebed wordt er nog een lied gezongen. C geeft het teken om naar de sacristie terug te keren. Allen maken een kniebuiging, draaien zich om en gaan door de kerk terug naar de sacristie.Lees verder bij punt 16). Wanneer de kinderzegen gegeven wordt Tijdens het laatste evangelie blijven de acolieten en de wierookdrager aan de credenstafel staan.Na ‘het gebed van de koning’ gaan P en C de kazuifel afleggen en de koorkap aandoen. Ze komen terug naar de altaarvoet terwijl ook T met het wijwater komt.Zoals bij het ‘asperges me’ staat C links van P en W rechts van P. Achter P komen de toortsendragers (Td) (zonder kaars) staan. Het is de bedoeling dat allen gelijktijdig in het midden toekomen.
- 10 -
A1 A2
A1 A2
CPT Td2 Td1
CPT Td2 Td1
PC Td2 Td1 A2 A1 T
Ze maken een kniebuiging en gaan naar de communiebank. De Toortsendragers staan met het aangezicht naar elkaar toe. P, C en T staan naar het volk gericht.(De kinderen zijn naar de communiebank gekomen terwijl P de koorkap aandoet.) P leest enkele gebeden en besprenkelt daarna de kinderen met wijwater.Hiervoor reikt T de wijwaterkwispel aan.C houdt de koorkap open.Vervolgens geeft P de zegen over de kinderen.Ook hier houdt C de koorkap open. Allen keren naar het midden van de altaarvoet terug en zetten zich op hun plaats (om naar de sacristie te gaan).Ook de acolieten komen hierbij staan met hun kaarsen.Het is weer de bedoeling dat het een vloeiende beweging is en dat allen gelijktijdig hun plaats innemen. Het slotlied wordt ingezet. C opent de communiebank en keert terug naast P.Allen knielen op teken van C en gaan naar de sakristie via de zijdeur achterin de kapel.
16) In de sacristie gekomen maken allen een hoofdbuiging op teken van C naar het kruis en vervolgens naar P. C zegt ‘Jube, domne, benedicere’ en doet teken aan alle misdienaars om te knielen.P geeft de zegen en allen staan recht. C helpt P bij het uitdoen van de gewaden.
***