stpiusx.nl |
stpiex.be
|
|||
4.11
Maria bleef niet altijd maagd, want de bijbel spreekt over broeders van Christus.Haar maagdelijkheid vóór de geboorte van Jezus leert ons Matth. 1:25: "en bekende haar niet, totdat zij dezen haren eerstgeboren zoon gebaard had, en heette zijnen naam Jezus". Bekennen betekent: geslachtelijke gemeenschap hebben. Uit "totdat" wil men besluiten, dat deze daarna wel heeft plaatsgehad. Daarover wordt echter gezwegen. De evangelist drukt zich slechts zo uit, als overgang naar de geboorte, waarover hij daarna spreekt: "Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, enz.". Ook kan men het niet besluiten uit de benaming "eerstgeborene", want de joden noemden hun zoon zo, onverschillig of er daarna nog anderen geboren werden, omdat dit kind in de tempel aan God moest worden opgedragen. Maria's maagdelijkheid na de geboorte van Jezus blijkt uit Luc. 1:34: "En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man beken?" Maria kan daarmee niet bedoeld hebben, dat het onmogelijk was, omdat zij het huwelijksgebruik nog niet gehad had, want daar zij reeds ondertrouwd was, kon dit spoedig gebeuren. Maria heeft dus willen zeggen, dat zij met St. Joseph had afgesproken in maagdelijkheid te leven. Men werpt hiertegen op, dat de H. Schrift spreekt over broeders van Jezus. Volgens het joodse spraakgebruik werden echter ook neven wel eens broeders genoemd. Zo noemen bijv. Gen. 14:14 en 16 Lot broeder van Abraham, hoewel hij slechts een neef was. Dat dit in het evangelie ook het geval was, blijkt o.a. uit Marc. 15:40 waar als moeder van Jacobus en Joseph, die in Matth. 13:55 broeders van Jezus genoemd worden, een andere vrouw genoemd wordt dan de Moeder van Jezus. Haar maagdelijkheid blijkt bovenal uit de wijze, waarop Christus uit Maria is geboren, n.l. niet door een man, maar door de H. Geest. De engel gaf haar op de vraag aangaande de man immers ten antwoord in Luc. 1:35: "De Heilige Geest zal over U komen, en de kracht des Allerhoogsten zal U overschaduwen: daarom ook, dat Heilige dat uit U geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden". En toen de H. Joseph in verwarring geraakte, omdat Maria, zonder met hem het huwelijksgebruik gehad te hebben, zwanger was, zeide de engel tot hem: "Jozef, gij zoon Davids, wees niet bevreesd Maria Uwe vrouw tot U te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest". Wanneer God zo'n groot wonder deed, om Maria's maagedleijkheid te behouden, zou Hij dan hebben toegelaten, dat zij haar voornemen niet trouw bleef, en later nog door middel van een man andere kinderen ter wereld bracht? Nog duidelijker taal spreekt de Overlevering:
|
|||
|
|||