Lijstje met Vlaamse Heiligen

Heilig verklaarde Vlamingen: wie dat zijn is niet zo gemakkelijk te achterhalen. Als basis nemen wij de 'Algemene Romeinse kalender', die is opgenomen in het getijdengebed (het brevier). Uit die lijst haalden we eerst (met hulp van het bisdom Limburg) de heiligen en zaligen die hoofdzakelijk (en soms alleen) in ons landsgedeelte een gedachtenis krijgen.

Om een lijn te trekken gaan we vooral de heiligen bespreken die in Vlaanderen zijn geboren.

Ook al hebben vele buitenlanders onze streken bezocht en zijn heilig geworden door hun missioneringswerk, waarvan er een aantal zelfs hier zijn gestorven, zoals o.a.:
H. Amandus, geboren in Aquitaniê;
H. Eucherius, geboren in Orleans;
H. Walburgis, geboren in Engeland;
Z. Karel de Goede, geboren in Denemarken;
H. Coleta, geboren in Corbie, Frankrijk;
H. Ursmarus, geboren in Noord-Frankrijk;
H. Macharius, geboren in Armenië;
H. Dimpna, afkomstig uit Ierland;

15 mei

DE HEILIGE DIMPNA

Dimpna was een Ierse koningsdochter die leefde in de 7de eeuw. Haar vader was nog heiden, maar haar moeder, de koningin, liet haar dochter door de priester Gerebernus dopen en voedde haar op in het christelijk geloof. Na de dood van zijn gemalin was de koning ontroostbaar; niets of niemand kon hem nog enige vreugde verschaffen. De hovelingen gaven hem daarom de raad om een nieuwe vrouw te zoeken die in schoonheid zijn vroegere vrouw zou evenaren. De uitgezonden raadslieden kwamen echter allen onverrichterzake terug, want een dergelijke vrouw was niet te vinden. Maar zij raadden de koning aan zijn eigen dochter, het evenbeeld van haar moeder, te huwen.

Gegrepen door een duivelse begeerte, vroeg de koning dus zijn dochter ten huwelijk. De diepgelovige Dimpna werd hierdoor zeer geschokt en wees het aanzoek beslist af. Om aan haar vaders toorn te ontsnappen, vluchtte zij weg met haar biechtvader Gerebernus, de hofvedelaar en diens echtgenote. Over zee en langs de Schelde kwamen zij te Antwerpen, vanwaar zij veiligheidshalve verder het land introkken.

In Geel vonden zij een kapel, toegewijd aan St.-Maarten. In de nabijheid daarvan bouwden zij zich een nederige hut. Maar de koning had reeds het spoor van de vluchtelingen gevonden tot in Antwerpen, vanwaar hij weer zijn raadslieden het land instuurde om Dimpna te vinden. Zo kwamen zijn verkenners te Westerlo, dicht bij Zammel. Toen zij daar het gelag betaalden in de herberg, merkte de waardin op dat een uitheemse maagd, die een weinig verder woonde met dezelfde munt betaalde, en dat zij vergezeld was door een oude priester met een man en een vrouw. Zich niet bewust van haar onvrijwillig verraad verschafte zij hun nadere inlichtingen over hun verblijf. (De overlevering voegde daaraan toe dat, toen de waardin met uitgestrekte arm de richting aanwees, deze arm tot haar straf uitgestrekt bleef).

Toen de verkenners spoorslags naar Antwerpen terugreden en daar aan de koning boodschapten dat zij Dimpna gevonden hadden, trok deze meteen erop uit om zijn dochter te Geel weer te zien. Ook nu nog weigerde Dimpna halsstarrig in te gaan op het onmogelijke voorstel van haar vader. De koning ontstak hierop in een waanzinnige woede en onthoofdde eigenhandig zijn dochter. Ook Gerebernus werd vermoord en beide martelaren werden door de inwoners piëteitsvol begraven. Op hun graven werd weldra gebeden tegen waanzin.

Toen later de martelaren werden opgegraven om de relieken in de kerk de eer van de altaren te geven, werden de gebeenten van Dimpna en Gerbernus aangetroffen in twee blanke lijkkisten van witte zandsteen, een materiaal dat hier onbekend was. Zo geloofden de inwoners dat de martelaren destijds door de engelen begraven werden. Zij aanriepen hen als heiligen ter genezing van allerlei ziekten, maar vooral tegen krankzinnigheid, omdat Dimpna door haar vader in een vlaag van waanzin werd vermoord.

Z. Anna van Sint Bartholomeus, geboren in Spanje;

H. Rumoldus, geboren in Ierland;

H. Godelieve, geboren in Boulogne;

H. Christiana, geboren in Engeland;

H. Gaugericus, geboren in Luxemburg;

H. Bertinus, geboren in Coutances;

H. Audomarus, geboren nabij Coutances;

H. Gerardus, geboren in Namen;

H. Willibrordus, geboren in Engeland;

H. Livinus, waarschijnlijk geboren in Deventer;

H. Eligius, geboren in Limoges;

H. Rochus, geboren in Montpellier:

H. Acharius, vermoedelijk geboren in Bourgondië, (Brugge);

H. Donatianus, afstammeling Romeinse familie (Brugge).

H. Juliana van Cornillon, geboren in Rétinne bij Luik, (Belgische kerkprovincie). Afkomst onbekend

 

De volgende namen sneuvelden omdat zo weinig geweten is van hun leven dat hun afkomst en geboorteplaats onbekend is:

H. Eleutherius,
H. Veerle (Faraildis),
H. Chrodegangus,
H. Autbertus,
H. Gerolf,
H. Hilduardus,
H. Monulfus,
H. Gondulfus, H. Fredegandus,
H. Medardus,
H. Hubertus.

 

Eigen volk

Uiteindelijk hielden we volgend lijstje met Vlaamse heiligen over. Tussen haakjes geven we mee in welk bisdom ze worden herdacht.

H. Adalardus:

neef van Karel de Grote, geboren omstreeks 751 in Huise bij Oudenaarde; (Gent)
Feestdag van den Zoeten naam Jezus, H. Adalardus, Abt
Adalardus, te Huysse(O-Vl.) geboren, werd opgevoed aan het hof van Karel den Groote, doch zegde vaarwel aan de wereld en trok zich terug in het klooster van Gorbeia(Fr.), alwaar hij als eenvoudige hovenier den Heer diende. Doch zijne uitmuntende levenswijze deed hem tot abt verheffen. Valschelijk beschuldigd, werd hij uit het land gebannen, doch na zeven jaren werd hij in eer hersteld en keerde terug bij zijne kloosterlingen. Aldaar sleet hij vreedzaam de laatste levensjaren. Het standbeeld van den Heilige prijkt op de groote plaats te Huysse. De grote begankenis hield er nochtans op sedert de Fransche Omwenteling.
Het beoefenen van het hovenieren in zijn klooster, was de oorzaak der keuze als patroon der hoveniers.

H. Goedele:

geboren in Moorsel bij Aalst, (Mechelen-Brussel en Gent);
Vandaag vereren men de H. Gudula (Goedele)
De Volkskundige kalender vertelt : Als zuster der H. Pharaïldis, verwante van Carloman, werd Gudula geboren te Ham bij Aalst omtrent het jaar 650. Zij werd opgevoed door hare meter, de H. Gertrudis van Nijvel. Na dezes overlijden keerde ze terug naar Ham bij hare ouders waar zij zich op het beoefenen der deugden toelegde.
Talrijk zijn de Sinte Goedelelegenden, wij geven er eene die in het land van Aalst voortleeft en de reden was harer beeldenvoorstelling. De vrome maagd bewoonde het gehucht Ham van waar ze gewoon was des nachts te gaan bidden in of nabij de kerk van Moorsel, vergezeld van eene dienstmaagd die met een lantaarn voorop ging. De legende verhaalt dat de booze geest eens het licht uitblies, maar op het gebed der heilige werd het door een engel terug ontstoken. Hierom verbeeldt men de heilige, dragende in de hand eene kaars of lantaarn, welke de duivel met een blaasbalg uitdooft.
Bezijden den weg naar Moorsel(O-Vl.) door de heilige Gudula gevolgd en de Gods- of Gudulastraat genoemd, lag de put, de duivelsput, waaruit de duivel opdook om het licht uit te blazen.
De Relieken der Heilige, door Carloman in een prachtige kas opgenomen, werden bij den inval der Noormannen in de 9e eeuw gevlucht van Chévremont(Luik). In 1047, werden ze overgebracht naar de Collegiale kerk van St-Michiels te Brussel, doch de relieken werden door de beeldstormers der 16e eeuw verstrooid.
Te Moorsel wordt de heilige aanroepen tegen de zenuwziekten, de spenen en den spijsloop der kinderen. Te Ham(Br.) toont men nog Sinter Goedeleveldeke waar vroeger hare kapel stond.
Op de muren van de Ste-Goedelekerk te Brussel groeit vaak eene plant, het rankende muurkruid, daarom Ste-Goedeleplantje geheeten.

Z. Johannes van Waasten,

geboren in Waasten, West-Vlaanderen, (Brugge);

H. Poppo,

geboren omstreeks 977 te Deinze, (Gent); 29 januari

H. Berlindis,

geboren te Meerbeke bij Ninove, (Gent, Hasselt, Mechelen-Brussel);

H. Gertrudis,

geboren in 626 in Nijvel, (Gent en Mechelen-Brussel);

H. Bonifatius,

geboren te Brussel, (Mechelen-Brussel);

Z. Maria van Jezus,

maagd (Limburg).

Z. Idesbald,

vermoedelijk geboren in Vlaanderen, heette Idesbald van der Gracht, (Brugge);

H. Lutgardis,

geboren in Tongeren, (alle Vlaamse bisdommen).

HH. Landrada en Amelberga,

afkomstig uit Mater bij Oudenaarde;

Z. Amandina,

afkomstig uit Schakkebroek, (Hasselt);

Z. Christina,

geboren te Brustem bij Sint-Truiden, (Hasselt);

H. Arnoldus,

geboren in 1040 in Tiegemin West-Vlaanderen, (Brugge);

H. Bavo,

geboren in Haspengouw,(Gent);

Z. Isidoor,

kloosterling (Brugge en Gent);

H. Ghislenus,

vermoedelijk uit Henegouwen (Gent);

H. Gummarus,

geboren in Emblem bij Lier, (Limburg);

H. Odrada,

geboren in Brabantse Kempen, (Limburg);

H. Trudo,

geboren in Haspengouw, (Hasselt);

H. Albertus,

geboren op de Keizersberg in Leuven, (Limburg, Brugge, Hasselt en Mechelen-Brussel);

H. Johannes Berchmans,

geboren in Diest in 1599 (Limburg, Brugge, Gent en Hasselt);

Z. Jan van Ruusbroec,

geboren in Ruisbroek bij Halle (Limburg, Brugge en Mechelen-Brussel);

H. Wivina,

uit adellijke ouders in Vlaanderen geboren, (Mechelen-Brussel).

 

H. Jozef De Veuster (pater Damiaan),

geboren in Tremelo (alle bisdommen).

10 mei

Pater Damiaan, Vader van de melaatsen

Jozef De Veuster groeit op in Tremelo, als zevende van een gezin van acht kinderen. Eigenlijk is hij door zijn vader voorbestemd om de graanhandel over te nemen. Maar Jozef heeft een roeping. Hij wil net zoals zijn broer Auguste (pater Pamphile) in het klooster van de picpussen treden, in Leuven. Het is niet gemakkelijk zijn ouders te overtuigen, maar in 1859 wordt hij kloosterling. Zijn ultieme droom is missionaris worden. En weer ondervindt hij tegenstand. Zijn leerachterstand is te groot. Maar hij vecht voor zijn droom en wordt zelfs naar Parijs gestuurd om Frans, Grieks en Latijn te studeren. Eind 1863 zou zijn broer naar Hawaï gestuurd worden, maar die wordt ziek. Jozef, intussen Damiaan, neemt zijn plaats in en vertrekt op missie.
Bij aankomst in Honolulu (1864) wordt Damiaan bij gebrek aan priesters meteen tot priester gewijd. De melaatsenkolonie op Molokaï wordt al in het daaropvolgende jaar gesticht. Maar tot aan de komst van Pater Damiaan ("Makua Kamiano") blijven de lepralijders aan hun lot overgelaten. In 1873 beslist bisschop Maigret een missionaris naar het eiland te sturen voor drie maanden. Damiaan zal er de rest van zijn leven blijven. De raad om geen enkel risico op besmetting te nemen, slaat hij in de wind. Hij werkt voor en met de melaatsen. Omdat niemand behalve hij op het eiland durft te komen, moet hij alles zelf doen. Hij bouwt en wijdt zijn kerk zelf, is tegelijk dokter en priester. Bij zijn oversten krijgt hij de naam van lastpost, omdat hij om hulp blijft vragen. Maar hij wordt ook een beroemdheid, ontvangt de koning van Hawaï en krijgt giften van over de hele wereld. Uiteindelijk wordt het leven onder de melaatsen Damiaan fataal. In 1889 sterft hij aan de gevolgen van lepra.
Zijn stoffelijke resten liggen begraven in Leuven. In 1994 werd zijn rechterhand uit het graf gehaald om als relikwie te dienen. De paus zou immers naar België komen om Damiaan zalig te verklaren. Helaas brak de paus zijn heup en moest het feest een jaar worden uitgesteld. Ondertussen is Pater Damiaan al bijna tien jaar zalig, maar nog niet heilig. Het ontbreekt hem nog aan één wonder. Zijn rechterhand ligt intussen begraven op Molokaï

Wie was Jozef De Veuster of pater Damiaan ?
Het lot bracht Jozef De Veuster op het eiland Molokaï waar hij zich inzette voor lepralijders tot hij zelf de ziekte kreeg. In Amerika staan twee standbeelden van de Belg, die al tien jaar zalig verklaard is.
Jozef De Veuster wordt 1840 geboren in Tremelo en groeit op als zevende van een gezin van acht kinderen. Eigenlijk is hij door zijn vader voorbestemd om de graanhandel over te nemen, maar Jozef heeft een roeping.
In 1859 treedt hij in in het klooster van de picpussen in Leuven. Zijn ultieme droom is missionaris worden, maar daarvoor moet hij eerst zijn leerachterstand inhalen.
In 1863 wordt Jozefs broer ziek en neemt hij zijn plaats in om op missie naar Hawaï te gaan. Daar wordt hij tot priester gewijd. In 1837 komt hij terecht op de geschuwde melaatsenkolonie op het eiland Molokaï. Damiaan zal er de rest van zijn leven blijven.
Damiaan ontsnapt niet aan de dodelijke ziekte
De raad om geen enkel risico op besmetting te nemen, slaat hij in de wind. Hij werkt voor en met de melaatsen. Omdat niemand behalve hij op het eiland durft te komen, moet hij alles zelf doen. Hij bouwt en wijdt zijn kerk zelf, is tegelijk dokter en priester.
Bij zijn oversten krijgt hij de naam van lastpost, omdat hij om hulp blijft vragen. Uiteindelijk raakt zijn werk in de Verenigde Staten bekend en nadien in heel de wereld. De giften stromen toe. Maar Damiaan ontsnapt niet aan de dodelijke ziekte. In 1889 sterft hij aan de gevolgen van lepra.

Zijn stoffelijke resten liggen begraven in Leuven. In 1994 wordt zijn hand opgegraven en naar Molokaï gebracht. Een jaar later wordt hij zalig verklaard door Johannes Paulus II.

Meer info op www.degrootstebelg.be

Jozef De Veuster (Tremelo 1840-Molokaï 1889) is ongetwijfeld de Belg (Vlaming) die het meest betekent voor de rest van de wereld. En we spreken hier bewust in de tegenwoordige tijd. Zijn voorbeeld inspireert dagelijks nog duizenden mensen. Denk maar aan de talloze vrijwilligers van de Damiaanactie, Artsen zonder grenzen, het Rode kruis... Allemaal mensen die zich onbaatzuchtig inzetten voor de zieke, zwakke, onderdrukte medemens. Alle leprapatienten die ooit geholpen zijn, stemmen alvast voor hem.
Zelfs in de Verenigde Staten van Amerika behoort hij tot de 100 belangrijkste personen van het land. Daar is hij beter bekend onder zijn kloosternaam 'pater Damiaan'. Hawaii koos onze missionaris als één van de twee belangrijkste personen van hun staat.
Pater Damiaan stierf als melaats onder zijn melaatsen in Molokaï op 15 april 1889..

Hieronder zetten we Jozef De Veuster nog gedetailleerder in de schijnwerpers:

Jozef De Veuster werd geboren in Tremelo op 3 januari 1840. Zijn ouders waren landbouwers. Zijn vader was ook handelaar en reisde naar Wenen en Boedapest, om bloedzuigers te kopen, bestemd voor artsen en apothekers. Van de acht kinderen werden er vier kloosterling. August (Pamfiel) en Jozef (Damiaan) wilden missionaris worden. Daarom traden zij in bij de Congregatie van de Paters der Heilige Harten (in de volksmond 'de Picpussen' genoemd) in Leuven.

Het ouderlijke huis is nu het Damiaanmuseum.

Nog voor zijn priesterwijding vertrok Damiaan naar de missiepost van Hawaï. Hij nam de plaats in van zijn broer die ziek geworden was. De reis van Bremerhaven naar Honululu met de driemaster ‘R.W.Wood' duurde vijf maanden. Zijn missie-ideaal was: Gods blijde boodschap brengen bij gulle, vriendelijke, maar nogal onstandvastige bewoners van de Sandwicheilanden (nu Hawaï). Voor hen werd hij priester gewijd op 21 mei 1864 in de kathedraal van Honululu.

Melaatsheid was in die jaren uitgegroeid tot een echte gesel voor de hele archipel. Niemand werd blijkbaar gespaard: jongeren niet, ouderen niet, kinderen niet... De enige oplossing die men had kunnen bedenken, was ze af te zonderen op een kleine landtong van het eiland Molokaï. Daar leefden de melaatsen als ballingen, ver van hun familie en vrienden, zonder hoop, zonder uitzicht... Het gezondheidscomité had wel de allernoodzakelijkste voorzieningen getroffen, maar verder werden de bannelingen aan hun lot overgelaten. Er was niemand die voor hen wilde zorgen uit angst voor besmetting.

Op 10 mei 1873 kwam daar verandering in, toen pater Damiaan op Molokaï arriveerde.
Als eerste van enkele vrijwilligers werd hij - op vraag van de bisschop - naar het eiland gestuurd om pastoraal werk te doen bij de lepralijders. Oorspronkelijk zou pater Damiaan slechts enkele maanden op het eiland blijven. Maar naarmate hij de verschrikkelijke toestand ter plaatse beter leerde kennen, begreep hij dat deze ‘gekwetste mensen' een permanente herder nodig hadden. Hij werd hun geestelijke vader: hij luisterde naar hun noden, sprak woorden van troost en bemoediging, sterkte hen in hun geloof en vertrouwen. Hij verzorgde hun wonden (hoewel de dokters hem hadden afgeraden de melaatsen aan te raken), bouwde huizen, een school, een hospitaal, twee kerken, zorgde voor ontspanning, ging voor in de liturgie, stond hen bij in hun laatste uren en begroef hun doden.

Pater Damiaan begon pijp te roken om tegen de stank van de rottende wonden te kunnen.
Damiaan met enkele van zijn parochianen op Molokaï.

Zijn beslissing om het leven te delen van de verbannen melaatsen, bracht een schokgolf teweeg. In de hoogste kringen in New York en Londen werd over Damiaan gesproken.
Protestantse dominees organiseerden collectes voor hem. Hij werd in de adelstand verheven door een prinses van Hawaï. Maar zijn eigen oversten zaten met Damiaans succes verveeld.

Na twaalf jaar tussen "zijn" melaatsen te hebben geleefd, werd pater Damiaan zelf melaats.
Hij was nu echt één van hen. Ondanks zijn melaatsheid zette hij zich nog vier jaar in voor zijn lotgenoten. Uit zijn brieven blijkt dat Damiaan aan het eind van zijn leven, vrede en geluk gevonden had.

Op 15 april 1889, op de leeftijd van negenenveertig jaar, stierf hij in de Goede Week. In de kerk die hij bouwde, werd hij opgebaard. Op het kerkhof dat hij aanlegde, werd hij begraven.
Eén jaar later werd het 'Damiaangesticht' opgericht in Aarschot. Doelstelling was: meer missionarissen als pater Damiaan opleiden. Later zal de naam van de school nog 2 maal wijzigen. Eerst in 'Damiaancollege' en later zal het zijn huidige naam krijgen: het 'Damiaaninstituut'.

In 1936 werd het stoffelijk overschot van pater Damiaan met het schip ‘Mercator' teruggebracht naar zijn geboorteland. In Antwerpen werd zijn lichaam opgewacht en gehuldigd door overheden en volksgenoten. De kist met het stoffelijk overschot werd naar een praalwagen gebracht. Langzaam zette de stoet zich in beweging. Het was een weergaloze triomftocht (via Tremelo naar Leuven), waarboven een zee van kleurrijke vlaggen openbloeide. Gans België bracht een koninklijke hulde aan de eenvoudige boerenjongen uit Tremelo. Nu rust hij in de crypte van de St.-Jozefskerk op de Antoniusberg, waar zich ook het klooster van de pater van de Heilige Harten zich bevindt.

Damiaans boodschap werd begrepen. Ontelbare dokters, verplegers en organisaties trachten nu melaatsheid uit te roeien.
Op 7 mei 1984 schreef moeder Teresa aan paus Johannes Paulus II: "Zoals u weet, werken wij tussen duizenden melaatsen in India, Jemen, Ethiopië en Tanzania. We zetten mobiele hospitalen op en rehabilitatiecentra op overheidsgronden. Om dit mooie liefdes - en geneeskundig werk te kunnen voortzetten, hebben we een heilige nodig om ons te leiden en te beschermen. Pater Damiaan kan die heilige zijn."
Toch houdt de Kerk nog steeds vast aan de strakke regels, dat iemand pas zalig kan verklaard worden als na diens dood een erkend wonder aan die persoon wordt toegeschreven. Heilig verklaard worden kan pas na twee erkende wonderen.
Voor moeder Teresa was het levenswerk van pater Damiaan al een wonder op zich.

Pater Damiaan werd in 1995 door Johannes Paulus II zalig verklaard. Zijn feestdag valt op 10 mei. De botjes van zijn rechterhand werden in een reliekschrijn gelegd en overhandigd aan de inwoners van Molokaï. Zo zal een stukje van hem ook altijd bij zijn melaatsen blijven.
Vanuit het leven van Pater Damiaan is de Damiaanactie gegroeid.

De Damiaanactie is een NGO die opgericht werd in 1964. Een NGO is een niet-gouvernementele organisatie. Dit betekent dat de Damiaanactie niet afhankelijk is van de Belgische regering en mag werken waar ze wil, zelfs indien dit niet naar de zin is van de regering. De Damiaanactie is een NGO voor lepra -en tuberculosebestrijding. Hiervoor zijn er dokters nodig, verpleegkundigen, chauffeurs voor de jeeps en moto's, hospitalen, laboratoria, microscopen, en geneesmiddelen. De patiënten moeten opgespoord worden, want zij zelf kennen niet altijd de eerste tekenen van lepra en zijn soms bang om zelf bij de dokter te gaan. Voor de lepra -en tuberculosebestrijding is er veel geld nodig. De Damiaanactie krijgt geld van de Belgische regering, maar dit is niet voldoende. Daarom vraagt ze steun aan iedereen. Dit kan door een gift te doen via een overschrijving of door stiften te kopen tijdens de actiemaand januari. Elk jaar wordt er een campagnefilm gemaakt om mensen bewust te maken dat er nog veel werk voor de boeg staat.
En pater Damiaan blijft mensen inspireren van over heel de wereld. 

 

Mist u nog eentje? Dat kan. Bij de laatste herziening van officiële Calendarium Romanum werd de heiligenlijst sterk ingekort en gezuiverd van historische onjuistheden en legenden. De lijst is daardoor minder volks geworden.

Meerdere vertrouwde heiligen verdwenen. Bijvoorbeeld:
Thecla,
Ursula,
Catharina van Alexandrië en Christophorus.

 

Ondanks hun schrapping blijven ze plaatselijk wel onderwerp van verering.