Embedded Scribd iPaper - Requires Javascript and Flash Player
Ceremoniaris Wierook/wijwaterdrager Acoliet 1 Acoliet 2 Kruisdrager toortsendragers optioneel
Palmzondag
laatste bijwerking van 1-4-07
De palmtakken staan opgesteld op een tafeltje in de tuin naast het altaar. P (in rode koorkap) en misdienaars komen in processie (met kruisdrager) naar de tuin. Ofwel staat het volk al in de tuin en gaat P met misdienaars rechtstreeks naar de tuin, ofwel maakt men eerst een kniebuiging in de kapel en volgt het volk de priester naar buiten.
c om m u nieb an k
CP A 1A 2 K W
sakristie
Nadat men een (knie)buiging maakte draait de P zich met het aangezicht naar het volk. (De acolieten zetten voor P het tafeltje met de palmtakken indien dit tafeltje nog opzij zou staan.) C staat naast P met het dunne missaal.De acolieten en wierookdrager staan aan de zijkant (epistelzijde) tezamen met de kruisdrager. Na het wijdingsgebed legt C het missaal op de altaarpupiter. P legt wierook op,besprenkelt de palmtakken met wijwater en bewierookt de palmtakken. C legt hierna een palmtak in het midden op het altaar. P reikt de palmtakken uit aan de gelovigen. De acolieten geven de takken aan C. C geeft de takken aan P. Na de uitreiking komen de acolieten naar P voor een handwassing en keren terug naar hun plaats. P gaat naar het altaar en kust het. C doet teken aan de wierookdrager voor de wierookoplegging. Dan volgt de evangeliebeweging met de acolieten zoals in de H.Mis. Na het evangelie gaan allen in het midden staan om zich in positie te zetten voor de processie naar het altaar in de kerk. P doet nog wierook in het wierookvat.C reikt hem zijn palmtak (die hij op het altaar legde) aan. Processie : voorop gaat de wierookdrager, daarna de kruisdrager (met het onbedekte kruis) tussen de acolieten met hun kaarsen, gevolgd door C (neemt het dunne missaal mee) en P. In de kerk gekomen gaan de acolieten naar hun gebruikelijke plaatsen aan de credenstafel behalve de kruisdrager die naar de zijkapel gaat. P gaat op naar het altaar waar hij in het midden met het gelaat naar het volk een gebed zingt. C houdt dus het dunne missaal open voor P.Na dit gebed legt C het missaal en de palmtak van P weg.
P legt aan zijn stoel de rode koorkap af en bekleedt zich met de paarse kazuifel. De gebeden aan de altaarvoet vallen weg. Er is dus onmiddellijk wierookoplegging. Na het epistel (waarin er geknield wordt !) en het lezen van de ’tractus’ gaat P zitten. Nu zijn er 2 mogelijkheden: De eerste mogelijkheid is dat de priester met 2 zangers het lijdensverhaal zingt in het hoogkoor. Wanneer P zit , zet C het missaal aan de evangeliezijde en gaat dan bij P staan. Aan het einde van de ‘tractus’ staat P recht en doet de kazuifel en manipel uit. De acolieten staan samen met P recht en halen de zangers.(De zangers komen toch pas als de tractus voorbij is. Te vroeg rechtstaan heeft dus geen enkele zin.) P en C gaan in het midden klaar staan voor de evangeliebeweging bij het lijdensverhaal.De acolieten en de zangers komen bij P en C staan. De wierookdrager is hier niet nodig.Allen stellen zich op zoals op de figuur hieronder, maken een kniebuiging en doen de beweging naar de evangeliezijde zoals hieronder naast de figuur beschreven. Men draait eigenlijk een kwart van een cirkel waarbij A2 ahw de as is. Na het lijdensverhaal* draait men zo terug tot aan de altaarvoet.Men maakt een kniebuiging en A1 en A2 begeleiden de zangers naar de zijkapel.P gaat met C naar de priesterstoel om de manipel en kazuifel aan te doen.
A2 Z P
A2 Z P Z C A1
Z C A1
*Tijdens het lijdensverhaal staat de zanger die de stem van het volk uitdrukt rechts van P.Links staat de zanger die de ‘verteller’ is.Er wordt geknield tijdens het lijdensverhaal. De duurtijd van deze kniebuiging is de tijd van een rustig gebeden ‘Onze Vader’.Men draait zich niet naar het altaar hiervoor maar knielt gewoon voor de pupiter.
De tweede mogelijkheid : De priester leest het evangelie in stilte terwijl de zangers het lijdensverhaal zingen op het hoogzaal. Wanneer P zit , zet C het missaal nog niet aan de evangeliezijde maar blijft bij P staan. Aan het einde van de ‘tractus’ of iets daarvoor staat P recht en keert terug naar het altaar. Hij bidt het ‘munda cor’ terwijl C het missaal aan de evangeliezijde zet. De acolieten blijven op hun plaats staan.W kan naar de sakristie gaan met het wierookvat. P leest in stilte het lijdensverhaal.C staat bij hem aan het missaal. Nadat P het lijdensverhaal gelezen heeft, gaat hij naar zijn stoel en C blijft bij hem zoals gebruikelijk. Wanneer de zangers komen aan de zin waar Jezus sterft gaat C een teken aan P om recht te staan en te knielen (aan zijn stoel). Alle misdienaars knielen uiteraard mee. (De tijd dat men knielt op beide knieen is de duurtijd van een rustig gebeden ‘onze vader’). Hierna gaat P terug zitten. Wanneer het lijdensverhaal gezongen is, staat hij recht en vervolgt hij de H.Mis met het ‘Credo’. De H.Mis gaat verder zoals een gewone zondagsmis. Prefatie van het H.Kruis. Geen laatste evangelie, wel gebed voor de koning.
Na de zegen komen de acolieten (inclusief kruisdrager) onmiddellijk naar het midden (tenzij het kinderzegen is. Wanneer de kinderzegen gegeven wordt moet men eraan denken dat het wijwatervat dat in de tuin gebruikt werd, nu in de kapel moet zijn). P zingt nog het gebed voor de koning. Hierna gaan allen naar de sakristie. ***
Ceremoniaris Wierook/wijwaterdrager Acoliet 1 Acoliet 2 Kruisdrager toortsendragers optioneel
Palmzondag
laatste bijwerking van 1-4-07
De palmtakken staan opgesteld op een tafeltje in de tuin naast het altaar. P (in rode koorkap) en misdienaars komen in processie (met kruisdrager) naar de tuin. Ofwel staat het volk al in de tuin en gaat P met misdienaars rechtstreeks naar de tuin, ofwel maakt men eerst een kniebuiging in de kapel en volgt het volk de priester naar buiten.
c om m u nieb an k
CP A 1A 2 K W
sakristie
Nadat men een (knie)buiging maakte draait de P zich met het aangezicht naar het volk. (De acolieten zetten voor P het tafeltje met de palmtakken indien dit tafeltje nog opzij zou staan.) C staat naast P met het dunne missaal.De acolieten en wierookdrager staan aan de zijkant (epistelzijde) tezamen met de kruisdrager. Na het wijdingsgebed legt C het missaal op de altaarpupiter. P legt wierook op,besprenkelt de palmtakken met wijwater en bewierookt de palmtakken. C legt hierna een palmtak in het midden op het altaar. P reikt de palmtakken uit aan de gelovigen. De acolieten geven de takken aan C. C geeft de takken aan P. Na de uitreiking komen de acolieten naar P voor een handwassing en keren terug naar hun plaats. P gaat naar het altaar en kust het. C doet teken aan de wierookdrager voor de wierookoplegging. Dan volgt de evangeliebeweging met de acolieten zoals in de H.Mis. Na het evangelie gaan allen in het midden staan om zich in positie te zetten voor de processie naar het altaar in de kerk. P doet nog wierook in het wierookvat.C reikt hem zijn palmtak (die hij op het altaar legde) aan. Processie : voorop gaat de wierookdrager, daarna de kruisdrager (met het onbedekte kruis) tussen de acolieten met hun kaarsen, gevolgd door C (neemt het dunne missaal mee) en P. In de kerk gekomen gaan de acolieten naar hun gebruikelijke plaatsen aan de credenstafel behalve de kruisdrager die naar de zijkapel gaat. P gaat op naar het altaar waar hij in het midden met het gelaat naar het volk een gebed zingt. C houdt dus het dunne missaal open voor P.Na dit gebed legt C het missaal en de palmtak van P weg.
P legt aan zijn stoel de rode koorkap af en bekleedt zich met de paarse kazuifel. De gebeden aan de altaarvoet vallen weg. Er is dus onmiddellijk wierookoplegging. Na het epistel (waarin er geknield wordt !) en het lezen van de ’tractus’ gaat P zitten. Nu zijn er 2 mogelijkheden: De eerste mogelijkheid is dat de priester met 2 zangers het lijdensverhaal zingt in het hoogkoor. Wanneer P zit , zet C het missaal aan de evangeliezijde en gaat dan bij P staan. Aan het einde van de ‘tractus’ staat P recht en doet de kazuifel en manipel uit. De acolieten staan samen met P recht en halen de zangers.(De zangers komen toch pas als de tractus voorbij is. Te vroeg rechtstaan heeft dus geen enkele zin.) P en C gaan in het midden klaar staan voor de evangeliebeweging bij het lijdensverhaal.De acolieten en de zangers komen bij P en C staan. De wierookdrager is hier niet nodig.Allen stellen zich op zoals op de figuur hieronder, maken een kniebuiging en doen de beweging naar de evangeliezijde zoals hieronder naast de figuur beschreven. Men draait eigenlijk een kwart van een cirkel waarbij A2 ahw de as is. Na het lijdensverhaal* draait men zo terug tot aan de altaarvoet.Men maakt een kniebuiging en A1 en A2 begeleiden de zangers naar de zijkapel.P gaat met C naar de priesterstoel om de manipel en kazuifel aan te doen.
A2 Z P
A2 Z P Z C A1
Z C A1
*Tijdens het lijdensverhaal staat de zanger die de stem van het volk uitdrukt rechts van P.Links staat de zanger die de ‘verteller’ is.Er wordt geknield tijdens het lijdensverhaal. De duurtijd van deze kniebuiging is de tijd van een rustig gebeden ‘Onze Vader’.Men draait zich niet naar het altaar hiervoor maar knielt gewoon voor de pupiter.
De tweede mogelijkheid : De priester leest het evangelie in stilte terwijl de zangers het lijdensverhaal zingen op het hoogzaal. Wanneer P zit , zet C het missaal nog niet aan de evangeliezijde maar blijft bij P staan. Aan het einde van de ‘tractus’ of iets daarvoor staat P recht en keert terug naar het altaar. Hij bidt het ‘munda cor’ terwijl C het missaal aan de evangeliezijde zet. De acolieten blijven op hun plaats staan.W kan naar de sakristie gaan met het wierookvat. P leest in stilte het lijdensverhaal.C staat bij hem aan het missaal. Nadat P het lijdensverhaal gelezen heeft, gaat hij naar zijn stoel en C blijft bij hem zoals gebruikelijk. Wanneer de zangers komen aan de zin waar Jezus sterft gaat C een teken aan P om recht te staan en te knielen (aan zijn stoel). Alle misdienaars knielen uiteraard mee. (De tijd dat men knielt op beide knieen is de duurtijd van een rustig gebeden ‘onze vader’). Hierna gaat P terug zitten. Wanneer het lijdensverhaal gezongen is, staat hij recht en vervolgt hij de H.Mis met het ‘Credo’. De H.Mis gaat verder zoals een gewone zondagsmis. Prefatie van het H.Kruis. Geen laatste evangelie, wel gebed voor de koning.
Na de zegen komen de acolieten (inclusief kruisdrager) onmiddellijk naar het midden (tenzij het kinderzegen is. Wanneer de kinderzegen gegeven wordt moet men eraan denken dat het wijwatervat dat in de tuin gebruikt werd, nu in de kapel moet zijn). P zingt nog het gebed voor de koning. Hierna gaan allen naar de sakristie. ***
