Een antwoord op 100 opwerpingen van het protestantisme tegen het katholicisme
Anonieme auteur
Voorwoord
Sinds honderden jaren staan katholieke en protestantse geloofsbelijdenis tegenover elkaar. Maar dat mag katholieken en protestanten niet van elkaar vervreemden, noch de onderlinge liefde doen vergeten. Integendeel, zij moeten veeleer trachten elkander te begrijpen. Tot dit laatste doel wil het geschrift "Een antwoord op 100 opwerpingen van het Protestantisme tegen het Katholicisme, met toepasselijke teksten van Kerkvaders en oud-kerkelijke schrijvers" een bijdrage leveren. Het behandelt een groot aantal opwerpingen, die van protestantse zijde gewoonlijk tegen het katholiek geloof worden gemaakt en geeft daarop van katholiek standpunt een antwoord.
Protestanten zullen daarin vernemen, wat en katholiek op hun meest voorkomende moeilijkheden weet in te brengen. Katholieken zullen eveneens hun voordeel met die antwoorden kunnen doen. Tevens zullen zij eruit leren de mentaliteit van hun protestantse medebroeders beter aan te voelen en hun bezwaren te verstaan, zeer nuttig voor bewoners van gemengde streken. Dat wil overigens niet zeggen dat alle moeilijkheden definitief worden opgelost. Wel is daar een begin mee gemaakt, dat zo nodig door een nadere bespreking en verdere studie kan worden voortgezet en dat ongetwijfeld vrucht zal dragen, als men van goede wil is.
Moge dit geschrift met Gods hulp een bijdrage leveren tot een grotere onderlinge liefde en een betere verstandhouding tussen katholieken en protestanten.
Wanneer hier wordt gesproken over protestanten, wordt daaronder verstaan de orthodoxe Calvinisten (dus niet vrijzinnigen), Luthersen e.a. omdat de meeste Nederlandse protestanten Calvinisten zijn, en het orthodox Calvinisme meer de kern benadert van het protestantisme.
Voor de H. Schrift wordt de Statenvertaling der Nederlandse protestanten gevolgd. Wanneer, bij aanmerkelijk verschil, beroep gedaan wordt op de katholieke bijbel, wordt deze genomen volgens de Nederlandse vertaling uit de grondtekst van P. Dr. L. Himmelreich O.F.M.
De teksten van Kerkvaders en oud-kerkelijke schrijvers zijn van de tijd tot en met St. Augustinus (+ 430).
Dit werk is opgebouwd uit vier delen.
Deel 1
H.Schrift, Overlevering, Leergezag van Paus en bisschoppen
Deel 2
Erfzonde, heiligmakende genade, geloof, vrijheid, verdiensten
Deel 3
Deel 4
Tot besluit
Wij kunnen met recht besluiten. De Katholieke Kerk is niet afgeweken van het oorspronkelijk Christendom. Er was derhalve gene reden voor "Hervorming" in de leer. Zien wij nu, tot besluit, in dit licht de diepingrijpende protestantse mentaliteit, want wij staan niet zozeer tegenover argumenten als tegenover een gevoel van eigen gelijk bij de massa van het volk. De argumenten zijn meer aangeleerd, dan zelf opgediept, en daardoor gemakkelijk te weerleggen, maar tegenover het gevoel valt moeilijk te redeneren. Wij willen deze protestantse mentaliteit laten spreken door een aanhaling uit een brief:
Ik wil je in korte trekken zeggen, hoe ik het katholicisme zie. Ik weet, dat ik je pijn moet doen,, maar jij weet ook, dat dit niet mijn bedoeling is. Wij zijn ondanks alle verschil "één in Jezus", en dat moet je vooropstellen en niet vergeten.
Het katholicisme is de Leer (niet het Leven, wat het zijn moest) van de R.K. Kerk. Het is een stelsel, een uitwendige vorm, die prachtig in elkaar zit, en waar naar de schijn niets tegen te zeggen is. Maar het is een Leer, die alle innerlijke goddelijke kracht mist en die de mensen in slaap brengt. Het is de voortzetting van het farizeïsme in Jezus' dagen: "doe en gij zult leven", doodsbenauwd om één enkele letter der wet te overtreden. Roomsen zijn "dienstknechten", geen kinderen.
De Kerk streeft naar wereldlijke macht (paus enz.) lijnrecht in strijd met Jezus' woorden: "mijn koninkrijk is niet van deze wereld, komt niet met uiterlijk gewaad". Dan de Mis, dat offer van Christus is ééns en voor al op Golgotha volbracht, volkomen, en behoeft niet iedere dag opnieuw miljoenen malen herhaald, zij het ook "onbloedig". Die opvatting van het Avondmaal is voor mij een vreselijke bespotting, dat de priester de macht zou hebben, ieder moment Christus in werkelijkheid te doen herleven. Dat is wel de grootste dwaling van de Roomse Kerk. En dan "de macht over eens anders geweten". Ik wil niemand, maar dan ook niemand, tussen God en mijn ziel. Wel raad en vermaning en lering en troost, maar geen dwang.
Het enige waarvoor ik je waarschuwen wil en moet is: dat je niet ondergaat in de vorm zonder inhoud en steunt op een riet in plaats van op een staf. Wacht je voor vormendienst. Wees altijd niets anders dan een eenvoudig kind van God (niet van de kerk), zoals Guido Gezelle, breng de mensen een rijke Heiland voor de arme zondaren, mat ze niet af door het opleggen van allerlei geboden, maar leer hun regelrecht tot Jezus te gaan om vergeving van zonden en dan een leven van dagelijkse heiligmaking te leven.
Jezus en de ziel, dat is voor de oprechte protestant alles, de Verlosser aan Wie wij arme zondaren alles te danken hebben. Maar bij de katholieken ziet hij daartussen veel mensen en mensenwerk: goede werken die de hemel verdienen, het kerkelijk leergezag, vooral van de paus, sacramenten die genade geven, waarbij de priester zozeer op de voorgrond treedt, de H. Mis die bij het Kruisoffer komt, aanroeping van heiligen, vooral van Maria, aflaten en vagevuur, kerkelijke wetten als van vasten en celibaat. Hij kent niet de verklaring hiervan, zodat hij een tegenstelling ziet tussen genade en mensenwerk. Het is voor hem alsof de katholieken door eigen krachten de hemel willen verwerven, hoewel zij hun machteloosheid moeten ondervinden.
Gods Woord is voor de katholiek ook niet voldoende, de paus stelt zich eigenmachtig daarboven. Ook de Verlossing door Christus is niet enoeg, dagelijks opnieuw moeten priesters dat offer opnieuw verrichten. De priester beschikt over de genade in de sacramenten, zondaars kunnen ich niet rechtstreeks tot de Verlosser wenden. De heiligen stelt hij naast, zo niet boven, Christus. Aldus kan de protestant dit alles niet anders dan oprecht verfoeien, en meent hij met zijn algeheel vertrouwen op Christus en -mistrouwen van zichzelf recht hier tegenover te taan.
Wij kunnen ons dit misverstand best indenken. Het houdt immers verband met de genade, en dat is en groot geheim van God. Evenals het geheim der H.Drie-eenheid in de eerste eeuwen der Kerk veel moeilijkheden baarde, en nu nog steeds de Mohammedanen afstoot. De genade is een zuiver goddelijk werk, en daarom gaat zij alle menselijk begrip te boven. Maar wanneer dat zo is, dan moeten wij ze ook nemen zoals God ze aan ons geopenbaard heeft. Wij zien dan, dat God, hoewel Hij onze medewerking niet nodig heeft, toch de mens niet zo nietig mogelijk wil laten, zoals de protestanten menen, om daardoor alle eer voor Zich alleen te doen zijn,, maar dat Hij de mens opheft uit zijn nietigheid en inschakelt bij zijn Verlossingsplan. Dit stelt de mens voor het grote raadsel, hoe dergelijke vrijheid van de mens te verenigen is met Gods almacht. Maar daar hij ziet, dat Gods Woord beide leert, zegt hij niet dat dit onmogelijk is, maar erkent dat zijn klein verstand noch de mogelijkheid, noch de onmogelijkheid kan bewijzen, maar slechts het feit heeft te aanvaarden.
Het katholicisme erkent zo, veel meer dan het protestantisme, dat de rijkdom van Gods genade alle menselijk begrip verre te boven gaat. De mens behoeft niet verkleind te worden, om God groter te maken. Uit de opheffing van de mens uit zijn nietigheid tot niet vrijwel willoos, maar met vrije wil begaafd erktuig van Gods genade, blijkt juist de grootheid van Gods genade. In wat de protestanten in ons met heilige verontwaardiging bestrijden, schieten niet wij, maar zijzelf tekort.
De ziel en Jezus alleen, het klinkt zo mooi. Maar bedenken we het wèl, dat Jezus zelf het anders wil. Ook Hij had mens kunnen worden zonder een enselijke Moeder, zou zelfs op onze ziel kunnen inwerken zonder de bijbel, zonder prediking, zonder de sacramenten. Het vond het echter beter, zoals uit heel zijn optreden blijkt, zich aan te passen bij de menselijke natuur, die niet alleen ziel is, maar ook lichaam, die niet alleen op zichzelf is aangewezen, maar ook op het voorbeeld en oordeel van anderen. Daarom stoffelijke hulpmiddelen en tussenpersonen. Maar dit alles niet los van Jezus, maar geheel en al het werk en vervuld van Jezus, vooral in het H. Sacrament des Altaars, waarin wij ons op de allerinnigste wijze met Hem mogen verenigen! In de hemel zal het anders zijn, wij zijn dan geheel en al vergeestelijkt. Ook nu moeten wij trachten steeds meer vergeestelijkt te worden, en bij dit alles niet blijven stilstaan, alsof het een doel in zich was, maar het gebruiken als een middel om daarlangs tot God te gaan. Wij mogen deze middelen in dit leven echter niet willen ontberen. Wij zouden dan wijzer willen zijn dan God. Dat is valse mystiek, het wezen van het protestantisme.
