Embedded Scribd iPaper - Requires Javascript and Flash Player
Ceremoniaris Wierookdrager 2de wierookdrager in de processie Acoliet 1 Acoliet 2 Kruisdrager toortsendragers
Witte donderdag
laatste aanpassing 24/3/2008
1. De H. Mis Verschillen met de gewone zondagsmis. De kruisdrager gaat voorop. (Hij zet het kruis na een buiging aan de dubbele trede weg in de sacristie) De psalm ‘judica me’ valt weg. Tijdens het gloria wordt er gebeld en luidt men de klokken (daarna zwijgen ze en gebruiken we de ratel tot de Paasnacht.) De acolieten bellen beiden zolang de priester het gloria bidt. De kruisdrager kan ondertussen de klok luiden (= de klok die men luidt bij de aanvang van de H.missen). In de bovensacristie zet de koster de ‘electronische’ sacramentsklok in werking. Na het evangelie (en preek) is het de voetwassing. De priester doet de kazuifel aan zijn stoel (en niet aan de preekstoel) uit en bekleedt zich met een amict-schort). De acolieten nemen de waterkruik met kom (A2) en de afdroogdoeken (A1). Ondertussen haalt de kruisdrager of ceremoniaris de ‘apostelen’ en brengt hen naar hun plaats in het priesterkoor.(Het kan ook zijn dat de priester de voetwassing doet aan de plaatsen van de apostelen in de kerk.De misdienaar moet dan geen apostelen halen en er moeten ook geen stoelen voorzien en weggenomen worden.)
PC A2 A1
A1 C P CP A2 A2
A1 apostelen apostelen
apostelen
apostelen
A2 C P A1
A1 C P A2
apostelen
apostelen
A1 zet de waterkom onder de voeten van de apostelen. A2 reikt aan P de waterkruik aan. C reikt telkens een nieuwe afdroogdoek aan. Wanneer de priester de voeten van de apostelen gewassen heeft, gaat hij terug naar zijn priesterstoel waar hij de handen wast . De acolieten zetten dus hun waterkruik en doeken op de credenstafel en nemen onmiddellijk de benodigdheden voor de handwassing (met zeep) van de priester en gaan hiermee naar de priesterstoel. Nadat de priester zijn handen gereinigd heeft, gaan de acolieten terug naar hun plaats aan de credenstafel. De priester doet de kazuifel aan en gaat terug naar het altaar waar hij het ‘Pater noster’en andere gebeden bidt.(De apostelen staan recht en keren zich met hun gezicht naar het altaar).Dit kan hij doen aan de voet van het altaar. In dit geval houdt C een dunne missaal open.Hierna brengt de kruisdrager of ceremoniaris de ‘apostelen’ terug naar hun plaats (ze maken een kniebuiging bij het verlaten van het hoogkoor) en vervolgt de priester gewoon de mis. De ratel vervangt de bel. De kruisdrager of eventueel 2 apostelen nemen de stoelen van de apostelen weg uit het priesterkoor.(zie commentaar hoger) Er is geen credo. De priester neemt de prefatie van het H.Kruis. Er is ook een eigen canon. Agnus Dei : 3 x miserere nobis Het eerste van de drie voorbereidende gebeden tot de H.Communie wordt niet gebeden. (De acolieten nemen een dwaal voor de communie van de misdienaars en de gelovigen indien er geen doek meer op de communiebank ligt.) Er is geen confiteor. De misdienaars gaan dan ook onmiddellijk na de nuttiging van de priester op de bovenste trede knielen. Het H. Sacrament blijft op het altaar dus er wordt geknield op beide knieën met een buiging. De toortsendragers doen na de H. communie hun kaarsen niet weg maar gaan terug knielen op hun plaatsen op de dubbele trede. A2 moet de beurs niet aanreiken aan P aangezien de corporale open blijft liggen op het altaar. Benedicamus Domino ipv Ite Missa est Er is geen zegen en geen laatste evangelie De wierookdrager haalt terug het wierookvat met scheepje. 2. Overbrenging van het H.Sacrament De Priester doet de witte koorkap aan. De umbrellinodrager (U) (=kruisdrager), acolieten,toortsendragers en wierookdragers komen naar het midden. Allen knielen op beide knieen.
U A2 W2 W1 P C A1 T2 T1
Na de wierookoplegging (2 wierookvaten) en bewieroking van het H. Sacrament (W1) neemt de ceremoniaris het schoudervelum en hangt dit over de schouder van de priester. (zoals bij het lof) De Umbrellinodrager opent de umbrellino (die klaar staat aan de evangeliezijde tegen de muur naast het tafeltje) De priester neemt het H.Sacrament en allen gaan in processie door de kerk naar de zijkapel. De acolieten gaan voorop met de ratel gevolgd door de toortsendragers, de wierookdragers,C en P en de umbrellinodrager. De umbrellinodrager gaat achter P en houdt de umbrellino boven de priester en het H.Sacrament.
U P C W2 W1 T2 T1 A2 A1
In de zijkapel gekomen plaatst de priester het H.Sacrament op de corporale op het altaar.
T2
T1
U A2 W2 W1 P C A1
De misdienaar zet de umbrellino weg. Ook de ratel is niet meer nodig. De ceremoniaris neemt het velum aan. Er heeft nu een wierookoplegging (enkel W1) en bewieroking van het H. Sacrament plaats. Allen maken een dubbele kniebuiging en gaan naar de sakristie. P doet de koorkap uit.
2. Altaarontbloting (Ondertussen nemen enkele mensen de matten voor het hoofdaltaar en de zijaltaren weg.) De priester en de misdienaars gaan terug via de kleine weg naar het hoofdaltaar. Allen staan op één lijn aan de altaarvoet en maken en (knie)buiging.C opent het dunnen missaal voor P.P bidt het keervers in het midden aan de altaarvoet.Hierna gaat hij de altaartrappen op en haalt chronologisch alles weg. De wierookdrager dooft de kaarsen op het altaar en de kaarsen van de acolieten die nog op de credenstafel staan. De priester geeft telkens iets aan de ceremoniaris die het doorgeeft aan een van de misdienaars.De misdienaar zet dit weg in de sakristie en keert telkens terug naar de altaarvoet. P en C vouwen samen de altaardwalen op.Nadat het hoofdaltaar en credenstafel volledig leeg is, ontbloot men ook de zijaltaren.Is alles weggebracht, dan komt P naar het midden alsook alle misdienaars. C houdt het dunne missaal open voor P die nog een laatste gebed bidt. Allen buigen indien ook het kruis op het tabernakel weggehaald werd –zoniet maken de misdienaars een kniebuiging- en gaan naar de sakristie. In de sakristie buigt men naar het kruis en de priester.Er wordt geen zegen gegeven.
***
Ceremoniaris Wierookdrager 2de wierookdrager in de processie Acoliet 1 Acoliet 2 Kruisdrager toortsendragers
Witte donderdag
laatste aanpassing 24/3/2008
1. De H. Mis Verschillen met de gewone zondagsmis. De kruisdrager gaat voorop. (Hij zet het kruis na een buiging aan de dubbele trede weg in de sacristie) De psalm ‘judica me’ valt weg. Tijdens het gloria wordt er gebeld en luidt men de klokken (daarna zwijgen ze en gebruiken we de ratel tot de Paasnacht.) De acolieten bellen beiden zolang de priester het gloria bidt. De kruisdrager kan ondertussen de klok luiden (= de klok die men luidt bij de aanvang van de H.missen). In de bovensacristie zet de koster de ‘electronische’ sacramentsklok in werking. Na het evangelie (en preek) is het de voetwassing. De priester doet de kazuifel aan zijn stoel (en niet aan de preekstoel) uit en bekleedt zich met een amict-schort). De acolieten nemen de waterkruik met kom (A2) en de afdroogdoeken (A1). Ondertussen haalt de kruisdrager of ceremoniaris de ‘apostelen’ en brengt hen naar hun plaats in het priesterkoor.(Het kan ook zijn dat de priester de voetwassing doet aan de plaatsen van de apostelen in de kerk.De misdienaar moet dan geen apostelen halen en er moeten ook geen stoelen voorzien en weggenomen worden.)
PC A2 A1
A1 C P CP A2 A2
A1 apostelen apostelen
apostelen
apostelen
A2 C P A1
A1 C P A2
apostelen
apostelen
A1 zet de waterkom onder de voeten van de apostelen. A2 reikt aan P de waterkruik aan. C reikt telkens een nieuwe afdroogdoek aan. Wanneer de priester de voeten van de apostelen gewassen heeft, gaat hij terug naar zijn priesterstoel waar hij de handen wast . De acolieten zetten dus hun waterkruik en doeken op de credenstafel en nemen onmiddellijk de benodigdheden voor de handwassing (met zeep) van de priester en gaan hiermee naar de priesterstoel. Nadat de priester zijn handen gereinigd heeft, gaan de acolieten terug naar hun plaats aan de credenstafel. De priester doet de kazuifel aan en gaat terug naar het altaar waar hij het ‘Pater noster’en andere gebeden bidt.(De apostelen staan recht en keren zich met hun gezicht naar het altaar).Dit kan hij doen aan de voet van het altaar. In dit geval houdt C een dunne missaal open.Hierna brengt de kruisdrager of ceremoniaris de ‘apostelen’ terug naar hun plaats (ze maken een kniebuiging bij het verlaten van het hoogkoor) en vervolgt de priester gewoon de mis. De ratel vervangt de bel. De kruisdrager of eventueel 2 apostelen nemen de stoelen van de apostelen weg uit het priesterkoor.(zie commentaar hoger) Er is geen credo. De priester neemt de prefatie van het H.Kruis. Er is ook een eigen canon. Agnus Dei : 3 x miserere nobis Het eerste van de drie voorbereidende gebeden tot de H.Communie wordt niet gebeden. (De acolieten nemen een dwaal voor de communie van de misdienaars en de gelovigen indien er geen doek meer op de communiebank ligt.) Er is geen confiteor. De misdienaars gaan dan ook onmiddellijk na de nuttiging van de priester op de bovenste trede knielen. Het H. Sacrament blijft op het altaar dus er wordt geknield op beide knieën met een buiging. De toortsendragers doen na de H. communie hun kaarsen niet weg maar gaan terug knielen op hun plaatsen op de dubbele trede. A2 moet de beurs niet aanreiken aan P aangezien de corporale open blijft liggen op het altaar. Benedicamus Domino ipv Ite Missa est Er is geen zegen en geen laatste evangelie De wierookdrager haalt terug het wierookvat met scheepje. 2. Overbrenging van het H.Sacrament De Priester doet de witte koorkap aan. De umbrellinodrager (U) (=kruisdrager), acolieten,toortsendragers en wierookdragers komen naar het midden. Allen knielen op beide knieen.
U A2 W2 W1 P C A1 T2 T1
Na de wierookoplegging (2 wierookvaten) en bewieroking van het H. Sacrament (W1) neemt de ceremoniaris het schoudervelum en hangt dit over de schouder van de priester. (zoals bij het lof) De Umbrellinodrager opent de umbrellino (die klaar staat aan de evangeliezijde tegen de muur naast het tafeltje) De priester neemt het H.Sacrament en allen gaan in processie door de kerk naar de zijkapel. De acolieten gaan voorop met de ratel gevolgd door de toortsendragers, de wierookdragers,C en P en de umbrellinodrager. De umbrellinodrager gaat achter P en houdt de umbrellino boven de priester en het H.Sacrament.
U P C W2 W1 T2 T1 A2 A1
In de zijkapel gekomen plaatst de priester het H.Sacrament op de corporale op het altaar.
T2
T1
U A2 W2 W1 P C A1
De misdienaar zet de umbrellino weg. Ook de ratel is niet meer nodig. De ceremoniaris neemt het velum aan. Er heeft nu een wierookoplegging (enkel W1) en bewieroking van het H. Sacrament plaats. Allen maken een dubbele kniebuiging en gaan naar de sakristie. P doet de koorkap uit.
2. Altaarontbloting (Ondertussen nemen enkele mensen de matten voor het hoofdaltaar en de zijaltaren weg.) De priester en de misdienaars gaan terug via de kleine weg naar het hoofdaltaar. Allen staan op één lijn aan de altaarvoet en maken en (knie)buiging.C opent het dunnen missaal voor P.P bidt het keervers in het midden aan de altaarvoet.Hierna gaat hij de altaartrappen op en haalt chronologisch alles weg. De wierookdrager dooft de kaarsen op het altaar en de kaarsen van de acolieten die nog op de credenstafel staan. De priester geeft telkens iets aan de ceremoniaris die het doorgeeft aan een van de misdienaars.De misdienaar zet dit weg in de sakristie en keert telkens terug naar de altaarvoet. P en C vouwen samen de altaardwalen op.Nadat het hoofdaltaar en credenstafel volledig leeg is, ontbloot men ook de zijaltaren.Is alles weggebracht, dan komt P naar het midden alsook alle misdienaars. C houdt het dunne missaal open voor P die nog een laatste gebed bidt. Allen buigen indien ook het kruis op het tabernakel weggehaald werd –zoniet maken de misdienaars een kniebuiging- en gaan naar de sakristie. In de sakristie buigt men naar het kruis en de priester.Er wordt geen zegen gegeven.
***
